Zoeken
  • liesbethgoedbloed

Zestig jaar 'De avonden'

Het is inmiddels zestig jaar geleden dat een Nederlandse klassieker verscheen: De avonden van Gerard Reve. In die zestig jaar is de roman 57 keer herdrukt. Gerard Reve, die in 1947 nog het pseudoniem Simon van het Reve gebruikte, was drieëntwintig jaar oud toen zijn romandebuut verscheen. Het boek is in zes talen vertaald, het boek is verfilmd, er is een luisterboek van gemaakt en er is zelfs een beeldverhaal van in omloop. De avonden is een geliefd boek, zoveel is duidelijk. Maar hoe komt dat?


De ironie van Reve

Het is onmogelijk om op die vraag een antwoord te geven, zonder iets aardigs te zeggen over de schrijver van dit boek. En dat brengt me in een moeilijke positie. Want zo geliefd als Reve in het algemeen is, zo gehaat lijkt hij te zijn onder protestantse christenen. Reve is zelfs een van de weinige schrijvers, die veroordeeld mag worden, zonder dat men iets van hem gelezen heeft. Het argument daarvoor is - en ik heb het meerdere keren gehoord - ,,Dat hoef ik niet eens te lezen.” Maar zelfs in dit ontaarde land is het de goede gewoonte een verdachte te horen voordat hij veroordeeld wordt.

Goed, Reve was geen heilige. Zijn vrekkigheid was van bijna mythische omvang en gierigheid is nu eenmaal de wortel van alle kwaad. In het literaire anekdotenboek 'Zachtjes knetteren de letteren' wordt verteld hoe Reve kattenvoer at, zijn vrouw bedorven vis serveerde en gebruikte kapotjes uitwaste om ze later opnieuw te gebruiken. Dat Frits van Egters, de hoofdpersoon van De avonden, daarin iets weerspiegelt van Reve zelf, is duidelijk. Wanneer de vader van Frits hem om tabak vraagt, weigert Frits dat botweg. ,,‘Ik heb vele slechte eigenschappen,’ zei Frits. ‘Een ervan is gierigheid. Verzoen je ermee. De ene mens deugt, de andere niet. Met de meeste kun je beter niet te maken hebben.’” Toch is het niet zijn gierigheid die Gerard door protestantse christenen zo zwaar wordt aangerekend. Reve werd vooral afgewezen vanwege de expliciete seksualiteit in zijn boeken en vanwege zijn spotzucht, die soms leek te ontaarden in blasfemie. Het lastige van het werk en de persoon van Reve was dat hij echte ironie bedreef: hij was en bleef ongrijpbaar. Net als Frits van Egters. Herhaaldelijk wordt in De avonden tegen hem gezegd: ,,Ik weet nooit of je me zit te bedonderen. Daar krijg ik nooit hoogte van.” Of: ,,Ik weet nooit wat ik aan je heb.”


De deugd van Reve

Maar hoe groot een zondaar ook is, ga er altijd vanuit dat hij één deugd heeft waarin hij iedereen overtreft. De deugd waarin Reve uitblonk heeft zijn werk geliefd gemaakt, geliefder dan het werk van, bijvoorbeeld, W.F. Hermans. Reve had de gave om mensen te zien zoals ze waren – onooglijk, onbetekenend en soms onthutsend slecht – zonder hun bestaan als zinloos van tafel te vegen. Deze deugd heeft Reve in De avonden tot kunst verheven. Ik ken geen andere Nederlandse auteur die zoveel mededogen heeft, als Gerard Reve. Reve was in staat om dezelfde dingen te beschrijven als Hermans, maar waar Hermans zijn personages genadeloos ontleedt en uitkleedt, geeft Reve ze altijd een kans op erbarmen.

Neem nu Frits van Egters: een neurotische, overgevoelige natuur met een ziekelijke voorliefde voor gruwelijke verhalen, een botte, egoïstische, ongrijpbare jongeman die zijn vader haat en zijn moeder veracht en ze tegelijk nameloos liefheeft. Iedere lezer van De avonden herkent wel iets van zijn eigen kleinmenselijkheid in Frits van Egters. Hij is de woord geworden zondaar, die al zijn tijd verspilde aan nutteloze dingen en die toch, aan het einde van het boek, genade krijgt, wanneer hij een heel nieuw jaar ontvangt om opnieuw te proberen een zinvol leven te leiden.


De avonden

Een zinvol leven – dat is het levensdoel van Frits van Egters. Hij kan dat doel alleen bereiken door een onmogelijke wedloop met de tijd te volbrengen. In De avonden is het altijd te vroeg (want Frits verveelt zich) en altijd te laat (want hij heeft zijn tijd verspild.) Iedere avond weer probeert Frits zijn avond te “redden” en zijn tijd niet te verspillen. Maar telkens als hij naar bed gaat, komt hij tot de conclusie dat het weer niet gelukt is. Hij is de eeuwige verspiller van zijn eigen tijd, die ’s nachts gestraft wordt met vreselijke dromen. Behalve op de laatste avond, wanneer er een nieuw jaar begint.

Het perspectief dat Reve gebruikt is eigenaardig. Frits observeert alleen gegevens en als lezer kom je niets meer te weten dan die gegevens. Je weet niet wat Frits vindt van andere personages. Ook zitten er hoegenaamd geen flashbacks in het boek. Verder is er een grote afstand tussen de buitenwereld, waar Frits de botte, in gruwelijke details geïnteresseerde jongeman uithangt, en Frits’ gedachtewereld. In die binnenwereld verbergt Frits zich. Hij zit er zelfs in opgesloten, want niemand kent hem echt kent. De afstand tussen binnen- en buitenwereld maakt voelbaar hoe ontheemd en eenzaam Frits is. Tegen die achtergrond komt des te beter uit hoe verlossend het voor hem is dat hij gezien is, zoals hij is. Dat iemand niet alleen de buitenwereld met erbarmen bezag, maar ook die binnenwereld.

Reve stelt in De avonden een theologisch probleem aan de orde: het probleem van de onbetekenendheid van de mens. De moderne mens lijdt aan een chronisch minderwaardigheidscomplex: hij gaat machteloos en stom ten onder in zijn eigen herrie en hij kan zich niet voorstellen dat er een god – of een God - is die persoonlijk in hem is geïnteresseerd. Deze vraag is, samen met het probleem van het lijden, misschien wel de grootste vraag van de moderne mens en deze vraag stelt Gerard Reve in De avonden. Op die vraag worden twee antwoorden gegeven. Het ene is verlossend, het andere niet. Op de negende avond gaat Frits naar de bioscoop, waar hij de film ‘De Groene Weiden’ ziet. Frits wordt ontroerd door deze film: ,,‘Ja,’ dacht Frits, ‘de man, die dit heeft gemaakt, heeft het gezien. Geloofd zij zijn naam.’” Daarna begint hij te huilen. Als Frits die avond naar bed gaat, denkt hij dat de verzoening eindelijk gekomen is. ,,‘Vannacht droom ik niet,’ zei hij hardop, ‘het wordt een vredige nacht.’” Maar die nacht droomt hij wel. Het is pas de volgende, laatste avond, als hij beseft dat hij zelf gezien is, dat het vrede wordt. Dan pas valt hij in een diepe slaap.


De avonden. Een winterverhaal

Gerard Reve. De Bezige Bij, Amsterdam 1947. 287 blz. € 25,00. Achtenvijftigste druk 2007.


0 keer bekeken
© 2018 by Liesbeth Goedbloed
  • LinkedIn - grijze cirkel
  • Facebook - Grey Circle