© 2018 by Liesbeth Goedbloed
  • LinkedIn - grijze cirkel
  • Facebook - Grey Circle
Zoeken
  • liesbethgoedbloed

Boze meisjes

“Boosheid staat niet mooi voor een meisje” , zei mijn moeder. Ze zei het dertig jaar geleden, als ik kwaad werd om alles wat er thuis misging en ze zegt het nog steeds: in mijn hoofd.

Soms denk ik dat mijn moeder zelf ook een boos meisje is geweest. Ze wist natuurlijk nog niet dat dat gevaarlijk was en iemand – mijn oma misschien, of een tante of een lieve buurvrouw – heeft haar toen willen behoeden en beschutten. Want boosheid zou haar lelijk maken en als ze lelijk was, zou ze onaanvaardbaar en onbeminbaar zijn voor de belangrijkste mensen op aarde: mannen. Waarschijnlijk komen wij, mijn moeder en ik, uit een voormoederlijk geslacht van boze meisjes die allemaal mooi en lief gevonden wilden worden. In de hoop, of wanhoop, dat er dan iemand van ze zou houden.

,,Boosheid staat niet mooi voor een meisje.” Ik heb het nooit aan Lea doorverteld, want ik wil niet dat ze ruzie met zichzelf krijgt, maar tegen mezelf zeg ik het soms wel. Al helpt dat natuurlijk niks tegen de boosheid. Die blijft gewoon en bezorgt me nekkramp en uitslag en schele hoofdpijn. (,,Wie mooi wil zijn, moet piene lieje”, zei mijn moeder ook.)

Maar wat nou als het waar is? Wat nou als boosheid de aanmaak van kwaadaardige hormonen stimuleert waardoor mijn lieve lijf verzuurt, mijn wangdons verhardt tot mannelijke stoppels of ik zelfs een heel vleesbomenbos ontwikkel, ergens onder de gordel. ,,Boosheid staat niet mooi”, prevel ik. ,,Niet voor een meisje.”

Ik ben geen meisje meer, ik ben een vrouw. En hoe aardiger ik ben, hoe harder ik mijn boosheid nodig lijk te hebben. Als grensafbakening, als scherpe spiegel, als broodnodige bescherming tegen de hebzuchtige, onverschillige, graaiende, onverzadigbare wereld. Waar de schoonheid en de liefde voor het oprapen liggen, vlak naast de lelijkheid en het onrecht. In die wereld is boosheid een vriendin, een furieuze lieverd die aan mijn kant staat.

En die voormoederlijke wijsheden dan? Ach, die laat ik van mijn rug afglijden. En daarna zoek ik mezelf op in de spiegel om te kijken of het waar is. Gloeiende wangen, zie ik, en fonkelende ogen, en rechte, taaie, kwaaie vrouwenschouders. Ja, ik ben een meisje. Ja, ik ben kwaad. En ik ben mooi. Wat zeg ik? Ik ben schitterend.


Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad, maart 2019


237 keer bekeken